Bericht van het Dijklander Ziekenhuis

Ziekenhuisterrein Dijklander is voortaan rookvrij per 1 januari 2022

Met ingang van 1 januari 2022 is het Dijklander Ziekenhuis een rookvrij ziekenhuis. Binnen en buiten, op het hele terrein.

Ieder jaar overlijden in Nederland 20.000 mensen aan de gevolgen van roken. Dat zijn er meer dan door drank, drugs, misdaad en verkeer bij elkaar. Het is de belangrijkste oorzaak van ziekte en vroegtijdig overlijden die te voorkomen is. Ook het Dijklander Ziekenhuis wil bijdragen aan een rookvrije omgeving en een rookvrije generatie. Het Dijklander Ziekenhuis is daarom vanaf 1 januari 2022 volledig rookvrij. Dat betekent dat in het gebouw en op het terrein (inclusief parkeerterrein) niet meer gerookt mag worden.

Een rookvrij Dijklander geldt voor medewerkers, patiënten, bezoekers, leveranciers en alle anderen op het terrein van het ziekenhuis.

Patiënten die in het ziekenhuis verblijven, en toch willen roken, kunnen in gesprek met de arts eventueel nicotinevervangers krijgen. Ook als een patiënt is opgenomen in het ziekenhuis, bedlegerig is en door omstandigheden niet kan stoppen met roken, zal in overleg met de behandelend arts worden gekeken naar een oplossing.

 

Nationaal Preventieakkoord

In het ziekenhuis roken mocht al lang niet meer, maar vanaf 1 januari is roken rondom het ziekenhuis ook verboden. Hiermee loopt het Dijklander voor op het Nationaal Preventieakkoord waarin is vastgelegd dat vanaf 2025 alle ziekenhuizen rookvrij zijn.

Terug naar zorg varia

Veel lof voor rapport en manifest van ZZWW

Zorg Zoals de Westfries zet raderen in beweging dankzij manifest en rapport

 

 

Stichting Zorg Zoals de Westfries het Wil (ZZWW) heeft veel enthousiaste reacties gekregen op het manifest en het onderliggende rapport ‘Onbezorgd oud worden in Westfriesland’. Het heeft zelfs ertoe geleid dat de wethouders van de zeven Westfriese gemeentes hebben toegezegd dat ZZWW kan toetreden tot het Westfriese Woonzorg-Pact.

Reacties van politici

Diverse raadsleden hebben inmiddels ook al gereageerd. Zo heeft fractievoorzitter Kees Maas (ChristenUnie Hoorn) laten weten dat in regionaal verband het rapport en het manifest zal bespreken.

Dick Bennis (CDA Hoorn) heeft vragen gesteld aan het college van B en W. Ook Claudia Selders (CDA Medemblik) wil dat het college van Burgemeester en Wethouders binnenkort inhoudelijk aan de gemeenteraad een reactie geeft over wat er met het rapport en het manifest van ZZWW zal gebeuren.

Bert de Jong van de partij Morgen uit Medemblik vindt dat ZZWW uitstekende punten naar voren heeft gebracht en wil daarom een aantal onderdelen van het rapport en het manifest opnemen in het verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2022.

Daarnaast complimenteren zowel Esther Hendriks (regiomanager VGZ) als Harry Nieuwenhuizen (directeur van de Rabobanken Noord-Holland) ZZWW. “Een uitstekend initiatief van ZZWW om een woonzorgvisie te ontwikkelen.”

 

Al in 2022 concrete plannen nodig!

Maar het moet niet alleen bij praten blijven vindt ZZWW. Een regiegroep zoals het Westfriese Woonzorg-Pact is een van de speerpunten van het manifest van ZZWW. Dit overlegorgaan is nieuw en bestaat uit vertegenwoordigers van de zeven Westfriese gemeenten, een brede groep van zorgaanbieders, ziektekostenverzekeraar VGZ, Intermaris namens de woningcorporaties, maatschappelijke zorg- en welzijnsorganisaties en ZZWW. En dit gezamenlijke regionale overleg moet nu echt in 2022 tot daden overgaan, vindt ZZWW.

Omring: ‘Handen ineen slaan’

Frido Kraanen (zorgaanbieder Omring) roept daartoe ook op en vindt tevens dat ZZWW terecht de stem van de burger moet kunnen vertolken tijdens regionaal overleg over ouderenhuisvesting. Kraanen in een schriftelijke reactie:

“De grote opgave om de problemen van de vergrijzing het hoofd te bieden kan alleen slagen als enerzijds meerdere partijen (zoals gemeenten, corporaties en zorgorganisaties) de handen ineen slaan en we er anderzijds de inwoners van Westfriesland actief bij betrekken.

Dat laatste is essentieel omdat we de kracht van de samenleving heel hard nodig hebben, omdat Westfriezen mee kunnen denken bij de noodzakelijke oplossingen en omdat inwoners mee moeten doen bij deze oplossingen.

ZZWW heeft laten zien daartoe bereid te zijn! Dat stemt mij zeer positief. Een zorgzame samenleving kan immers niet zonder de inzet van de samenleving zelf. Vergrijzing is immers geen zorgopgave, maar een uitdaging voor ons allen! De woonzorgvisie die verwoord wordt in het rapport ‘Onbezorgd oud worden in Westfriesland’ sluit aan bij de opgaven die wij zien.

Het gesprek daarover moeten we aangaan. Maar het mag nooit bij praten blijven, de echte impact maken we met afstemming, afspraken en uiteindelijk actie!

Omring heeft inmiddels dan ook het initiatief genomen tot een intentieverklaring die moet regelen dat het woonzorgvraagstuk in West Friesland, dat ZZWW ook adresseert, een brede coördinatietafel krijgt. De vele partijen, die hierop acteren, moeten hun activiteiten afstemmen. Nu gebeurt er nog te veel in de eigen silo’s.

De partijen (zorgpartijen, gemeenten, woningcorporaties, VGZ, mantelzorgcentrum, welzijnsorganisatie en vrijwilligersorganisatie) hebben unaniem aangegeven dat het betrekken van inwoners onmisbaar is. De eerstvolgende stap is deze intentieverklaring te tekenen en dan concrete plannen te maken. Dat moet echt gaan over de opgaven in de kernen van West Friesland. We hebben geen tijd te verliezen!”

 

‘Prestatieconvenant moet er komen’

Ab Gieling (De Woonschakel) roept zelfs op om jaarlijks een prestatieconvenant op te stellen. Hij praat ook namens de woningcorporaties Intermaris, Welwonen, Wooncompagnie en het Gemeentelijk Woningbedrijf in Opmeer.

Gieling: “ZZWW snijdt in het manifest en het rapport een goed punt aan. Vergrijzing is een groot probleem, signaleren ook wij als woningcorporaties. En het is inderdaad belangrijk om niet allemaal zelf te proberen het wiel uit te vinden bij het oplossen van de problemen die voortkomen uit de vergrijzing. We moeten elkaar beter van informatie voorzien. Zowel op regionaal als lokaal niveau. Om slechts één voorbeeld te noemen: we hebben nu geen goed inzicht in de wachtlijsten voor woonzorgcomplexen. Dat is lastig als je als woningcorporaties wil inschatten welke woningbehoefte er in de regio onder senioren bestaat.

Een betere samenwerking tussen diverse stakeholders is van groot belang. Daarom willen wij als corporaties ook graag toetreden tot het Westfriese Woonzorg-Pact. En daar moeten ook burgers bij betrokken worden. Wel heb ik een kanttekening als er in Westfriesland een nieuw overlegorgaan wordt opgezet: ik ben een groot voorstander van prestatieconvenanten. Jaarlijks gezamenlijk een dergelijk contract opstellen dwingt bestuurders om zich ook aan afspraken te houden en zich te verantwoorden als het niet gelukt is. Anders gebeurt er niet veel.”

 

Manifest ‘Onbezorgd oud worden’ gratis downloaden? Klik hier

Bekijk via YouTube een kort filmpje met de presentatie van het manifest ‘Onbezorgd oud worden’: Klik hier

Het onderliggende rapport over ouderenhuisvesting en ouderenhuisvesting gratis downloaden? Klik hier

Terug naar de nieuwspagina

Meld u aan voor de nieuwsbrief


Serie ouderenhuisvesting (deel 4)

Ab Gieling (De Woonschakel): “Wees creatief bij het bedenken van oplossingen’

 

 

“Mensonterend vind ik het: dan ben je meer dan 50 jaar getrouwd en word je van elkaar gescheiden omdat je partner naar een verpleeghuis moet. Daarom ben ik zo blij dat we in het vernieuwde woonzorgcomplex Martinus in Medemblik ook appartementen voor twee mensen hebben gemaakt. Dan denk ik trots: zo kunnen we als woningcorporatie echt iets toevoegen”, zegt Ab Gieling (directeur van woningcorporatie De Woonschakel in Westfriesland).

“Natuurlijk”, waarschuwt hij meteen, “is het dan wel de bedoeling dat de achterblijvende partner na het overlijden van zijn of haar echtgenoot of echtgenote in het appartement mag blijven wonen. Dat moet wel goed geregeld worden, anders is het nog altijd vreselijk.”

Ouderenhuisvesting is een van de belangrijkste onderwerpen die hem na aan het hart ligt. “Het is namelijk een hot item. Ik merk dat aan de signalen die we bij De Woonschakel binnenkrijgen. Bovendien zie ik ook de vergrijzingscijfers regelmatig voorbij komen.”

Wat zeggen de cijfers?

Voor het interview met ZZWW heeft hij uit zijn eigen organisatie wat cijfers over senioren naar boven gehaald:

  • De Woonschakel heeft 5900 zelfstandige huurwoningen in Westfriesland.
  • De gemiddelde leeftijd van alle hoofdbewoners is 57,4 jaar.
  • Maar liefst 42 procent van alle hoofdhuurders is 65 jaar of ouder.
  • In de standaardwoningen met 4 of 5 kamers wonen 1200 hoofdhuurders met een gemiddelde leeftijd van 74,7 jaar.
  • In de 1000 seniorenwoningen is de gemiddelde leeftijd van de hoofdhuurder 78,6 jaar.
  • De Woonschakel heeft 7 woonzorgcomplexen/seniorenwoningen met zorg dichtbij voor ouderen in de regio en is bezig om Knarrenhofjes in de regio te bouwen (waarbij senioren voor elkaar zorgen).

Doorstromingsprobleem

Als je constateert dat 1000 mensen in een gehuurde eengezinswoning wonen terwijl ze boven de 65 zijn, dan zie je dat de doorstroming op de huurmarkt stokt. Komt dat omdat er te weinig woonzorgcomplexen en huurwoningen voor zelfstandig wonende ouderen zijn (zoals aanleunwoningen)? “Ja, dat is zeker een oorzaak, al hebben we helaas geen goed inzicht in de wachtlijsten. Maar er is zeker veel behoefte aan, dat weten we wel.”

De Woonschakel kan toch meer bouwen…?

Waarom bouwt De Woonschakel dan niet meer seniorenwoningen of woonzorgcomplexen? Bijvoorbeeld in Hoorn en Stede Broec? “Daar zijn verschillende redenen voor. Op de eerste plaats werkt de marktwerking tegen ons. Grote zorgaanbieders willen geen langlopende contracten van 20 jaar meer aangaan. Ze zijn bang dat ze een aanbesteding verliezen bij een gemeente voor de thuiszorg die ze aan zelfstandig wonende ouderen bieden. Contracten met ziektekostenverzekeraars voor de intensieve zorg in woonzorgcomplexen zijn ook kortlopend. Ik heb dan ook veel begrip voor de zorgaanbieders die geen langlopende contracten willen, hoor. Maar wij moeten miljoenen investeren, dus we willen ook zekerheid”, verzucht Gieling.

“Een ander aspect is dat de gedachten over hoe je zorg geeft, veranderen in de loop der jaren. Van grootschalige instellingen, zoals de vroegere verzorgingshuizen, naar kleinschalige woongroepen voor mensen met dementie bijvoorbeeld. Niet elk gebouw kan die veranderingen aan. Daarom willen zorgaanbieders het contract soms niet verlengen.” Het derde punt volgens Gieling is dat zorgaanbieders de 24-uurszorg wegens personeelsgebrek in kleine woningcomplexen niet kunnen garanderen. Daarvoor willen ze dan juist grotere woonzorgcomplexen.

“Als die later dan weer te groot blijken en een woonzorgcomplex leeg komt te staan, kunnen we ze wel ombouwen voor starters maar ja, dat kost geld. En we moeten dan ook vaak de huren verlagen.”

Verder speelt volgens Gieling bij het bouwen van seniorenwoningen waarin mensen zelfstandig wonen dat gemeentes soms wat huiverig zijn. “Ze zijn bang dat nog meer senioren dan een beroep doen op de gemeente voor vervoer of huishoudelijke hulp.”

Knarrenhofjes

Er gloort toch ook wel enige hoop, er zijn toch drie Knarrenhofjes in de regio de maak? “Jazeker”, beaamt Gieling. “Goed idee. Die woningen zijn weliswaar bestemd voor mensen die hun huis hebben verkocht – en dus levert het geen doorstroming op de huurmarkt op – maar ik moet nog wel even zien hoe die Knarrenhofjes over tien jaar functioneren. De pioniers trekken erin met veel enthousiasme en die worden op een gegeven moment zo oud, dat het de vraag is of het zorgen voor elkaar, wat de bedoeling is van een Knarrenhofje, nog steeds lukt.”

Kortom, nieuwe huurwoningen voor senioren (met of zonder zorg) bouwen is vrij ingewikkeld, wil Gieling maar zeggen.

Hulp voor de tuin

Overigens er niet alleen behoefte aan nieuwe woningen. Veel mensen blijven graag in hun huis wonen. “Vaak wordt op een gegeven moment voor onze oudere huurders de tuin een probleem. We proberen daar nu een oplossing voor te vinden door tuinonderhoud aan te bieden. Daarbij zetten we mensen in die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, zodat het mes aan twee kanten snijdt.”

“Dat betekent wel dat we creatief moeten zijn om dit te regelen, want wij hebben vanuit de overheid een opdracht gekregen om huisvesting te bieden en daar past strikt genomen tuinonderhoud niet in. En dat is dus precies wat ik juist zo belangrijk vind: dat je als organisatie kijkt naar hoe je iets wel kunt realiseren en niet bij elke beer op de weg meteen roept ‘dat kan niet, hoor’. Of: ‘We doen het al jaren zo, dus blijven we het zo doen’.”

‘Denk in oplossingen en niet in problemen!’

Dat zoeken naar creatieve oplossingen is ook zijn hoop voor het project ‘Langer gezond thuis’ in Stede Broec. Bij dit project zitten de gemeente, Omring en de seniorenraad bij elkaar om oplossingen te bedenken. “Een van de zaken die naar voren is gekomen is dat er eigenlijk een plek binnen ‘schuifelafstand’ zou moeten zijn waar buurtgenoten – jong en oud – elkaar kunnen ontmoeten. Om samen te eten of andere activiteiten te ondernemen, zeker nu veel buurthuizen gesloten zijn. Als wij als woningcorporatie gevraagd worden om een dergelijke ruimte beschikbaar te stellen, dan willen we daar zeker aan meewerken.” Gieling hoopt dat andere gemeenten een vergelijkbaar project als in Stede Broec oppakken.

Om gemeentes zelf wat te prikkelen, vraagt De Woonschakel trouwens ook weleens naar de actuele woonzorgvisie bij gemeenteambtenaren of wethouders. “Die hebben ze niet of hij is verouderd of is te beperkt. Daarom wil ik gemeentes oproepen om in elk geval minimaal een woonzorgvisie te ontwikkelen en telkens te actualiseren. En die kan dan mooi als basis dienen voor het prestatieconvenant.”

Afspraken van bestuurders vastleggen

Hij pleit er namelijk voor dat bestuurders van gemeenten, zorgorganisaties, welzijnsorganisaties en woningcorporaties jaarlijks gezamenlijk in een prestatieconvenant concreet afspreken wat ze gaan doen om de ouderenhuisvesting en ouderenproblematiek de komende jaren op te lossen.

“Dus niet alleen een betere overlegstructuur optuigen, zoals ZZWW voorstelt. Daar ben ik ook zeer voor hoor, want dat ontbreekt nu. Maar met zo’n prestatieconvenant gaan we nog een stap verder. Want na een jaar moeten we afvinken wat er wel en niet is gebeurd en waarom. En dat gaat vooral heel goed werken als iedereen bereid is om creatief mee te werken.”

 

Terug naar de nieuwspagina

Meld u aan voor de nieuwsbrief