Drie experts over de gevolgen van het nieuwe Zorgakkoord voor Westfriezen

Kunt u erop rekenen dat u ook over vijf of tien jaar nog bij de huisarts terecht kunt, dat de wijkverpleging bij u thuis komt en dat u prettig oud wordt? De vergrijzing neemt – vooral in Westfriesland – sterk toe en er is een groot tekort aan personeel in de zorg. Omdat dit overal in het land speelt, heeft het kabinet een Integraal Zorgakkoord (IZA) opgesteld. Wat betekent dat IZA voor u als Westfries? Drie bestuurders uit de zorgwereld leggen het uit in een uitgebreid achtergrondverhaal en uiteraard leest u ook de reactie van Stichting Zorg Zoals de Westfries het Wil…

Wat is het IZA (Integraal Zorgakkoord)?

Het IZA is een plan voor de komende 4 jaar, dat getekend is door diverse partijen in de zorg, zoals de ziekenhuizen, thuiszorg, woonzorg, de Patiëntenfederatie, zorgkantoren, de GGZ, de medisch specialisten en de VNG (gemeenten). Het borduurt voort op de trends die al enige tijd in gang gezet zijn. Maar voor het eerst is er een plan waar zoveel partijen aan meewerken. Dat is het nieuwe eraan. Alleen de Landelijke Vereniging van Huisartsen (LHV) heeft nog niet getekend. Begin 2023 beslist de LHV hierover.

Wie komen er in dit verhaal over het IZA aan het woord?

Deze drie Westfriese zorgprofessionals die er nauw bij betrokken zijn, geven hun visie op het nieuwe Zorgakkoord: Jolanda Buwalda (bestuurder van zorgaanbieder Omring en onderhandelaar over het Zorgakkoord namens Actiz, brancheorganisatie voor de ouderenzorg), Annette Fijn van Draat (bestuurder van zorgaanbieder WilgaerdenLeekerweideGroep) en Marjolein Zwaan (medisch directeur van de Zorgkoepel Westfriesland en huisarts).

 

Meer samenwerking is goed

De experts zijn het over één ding absoluut eens: het is beslist een stap in de goede richting dat dit toekomstplan uitgaat van meer samenwerking. Jolanda Buwalda: “We zijn al jaren bezig in Westfriesland om samen te werken, onder andere met huisartsen, het ziekenhuis, de gemeenten (via de WMO), de woningcorporaties, onze woonzorgcomplexen, de wijkverpleging. Zo is er goed contact tussen Omring en WilgaerdenLeekerweidegroep, beide thuiszorg- en woonzorgorganisaties. Dus het is fijn dat dit zorgakkoord dit punt zo duidelijk naar voren brengt.”

Soepel geregeld

“Patiënten en cliënten willen simpelweg ook dat er geen ‘eilandjes’ blijven bestaan”, voegt Annette Fijn van Draat eraan toe. “Bijvoorbeeld: als je na een ziekenhuisopname thuis extra zorg en ondersteuning nodig hebt, dan wil je dat die makkelijk geregeld voor je worden. En niet dat er allerlei hobbels zijn, omdat de financiering van een ziekenhuisopname anders is dan van de thuiszorg. Daar zou je als patiënt of cliënt niets van moeten merken en nu is dat soms helaas wel het geval.

Muren slechten

Ook op andere vlakken zijn er volgens haar nog wel wat muren te slechten.“Bijvoorbeeld: het is belangrijk dat mensen een goed netwerk behouden, want dan maken ze minder snel aanspraak op zorg. Westfriesland heeft van oudsher al hechte gemeenschappen. Het is cruciaal dat dit behouden blijft. Op dat vlak kunnen er nog wel een paar muren geslecht worden tussen gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders. Zij spelen bij het behouden van die hechte sociale verbanden een grote rol. Met het tekenen van het Westfriese Woonzorgpact is er gelukkig al een stap in de goede richting gezet. Het is van belang dat er voldoende woningen voor senioren worden gebouwd en op de juiste plek. Gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders moeten hiervoor risico durven nemen en goed samenwerken. Ik vind het dan ook heel positief dat met het opstellen van dit akkoord de intentie is uitgesproken om de grote uitdagingen waar we in de zorg voor staan sámen aan te gaan.”

Samenwerking op het spoedplein

Jolanda Buwalda vult aan: “Daarnaast hebben we in deze regio bijvoorbeeld een ‘spoedplein’ opgezet, zodat in acute situaties meteen een plek voor een patiënt gezocht wordt in een ziekenhuis of woonzorgcentrum. Dat kan nog wel iets verbeterd worden, omdat vaak de juiste gegevens missen over hoeveel typen bedden, hoeveel acute wijkteams er zijn en wie er ’s nachts of in het weekend paraat is. Dat kunnen we beter aan elkaar knopen, maar de intentie is er. En dat past mooi in de lijn van het nieuwe Zorgakkoord, waarin de regio een grotere rol gaat spelen.”

Huisartsen vrezen problemen

“Dat we samen voor grote uitdagingen staan en ook samen de problemen moeten oplossen, deel ik”, zegt Marjolein Zwaan. “Echter, waar zowel ik als medisch directeur en als huisarts bang voor ben is dat er nog meer bij de huisartsen terecht komt dan nu al het geval is. Bijvoorbeeld als ziekenhuizen nog meer afschuiven naar huisartsen. Op dit moment komen stabiele hartpatiënten na hun operatie al onder controle van de huisarts. Dit is in goed overleg overigens zo afgesproken. Maar het is wel een taak erbij. En nog meer taken erbij betekent dat onze werkdruk extra toeneemt, terwijl we het al heel erg druk hebben. Een ander knelpunt ontstaat als de rest van de ondersteuning die patiënten nodig hebben niet goed geregeld is. Ik doel hierbij onder andere op de wachtlijsten bij de GGZ of de gemeente die niet snel genoeg de schuldhulpverleningsaanvragen kan verwerken. Met name als de oorzaak van bepaalde medische problemen van patiënten niet medisch zijn, zie ik dat nu al in de spreekkamer terug.”

‘Het is vaak niet alleen medisch’

Kan Marjolein Zwaan een concreet voorbeeld geven? “Jazeker, iemand met schulden kan met hoofdpijn of depressieklachten bij ons terechtkomen. We kunnen dan wel een pilletje voorschrijven, maar de hoofdpijn gaat pas weg als de patiënt via de schuldhulpverlening van de gemeente geholpen wordt en dat is nogal een ingewikkeld traject om voor in aanmerking te komen. Dus dat lukt vaak niet of duurt heel erg lang. Eenzaamheid idem dito: wie zich alleen voelt, focust zich meer op lichamelijke problemen, terwijl een beetje aandacht afleidt en dan zijn de lichamelijke problemen een stuk minder. Maar als huisarts kunnen wij daar niet veel aan doen, behalve aanraden dat iemand een keer naar het buurtcentrum gaat. Als dat tenminste nog open is. En daar zit de crux: we krijgen veel op ons bord. Maar doordat andere instanties of de gemeente het niet kunnen oppakken, blijven de patiënten bij ons komen. En ondertussen is de werkdruk bij huisartsen en ons ondersteunend personeel zo hoog dat sommigen afhaken, waardoor de druk op de huisartsenzorg nog meer toeneemt.”

Huisartsen: “Eerst zekerheid over compensatie!”

De reden dat de huisartsen tot nog toe het IZA niet hebben getekend is dan ook dat zij eerst van het kabinet duidelijkheid willen hebben over hoe redelijke vergoedingen, extra personeel, minder administratieve last en mede daardoor afname van de werkdruk geregeld worden.

‘Al die gegevens invullen kost te veel tijd’

De administratieve rompslomp die zoveel tijd kost, is overigens ook Annette Fijn van Draat een doorn in het oog. Dus ook zij wil graag dat het kabinet en de brancheorganisaties het de komende jaren oppakken. “Waarom dat nog niet gebeurd is terwijl het al jaren speelt? Een combinatie van complexiteit en koudwatervrees, denk ik. De gedachte bij de overheid en brancheorganisaties is ‘vertrouwen is goed, maar controle is beter’. Bovendien is het lastig te overzien wat de afschaffing van registratie betekent voor de verantwoording. En de roep om verantwoording is groot. Een aantal jaren geleden was de controleslag wellicht nodig, maar inmiddels is het opleidingsniveau en de kwaliteit van zorgmedewerkers sterk verbeterd en kun je wellicht nu wel een keer kijken of die controle nog wel zo hard nodig is. Hoe minder zorgmedewerkers bezig zijn met opschrijven wat ze doen, hoe meer ze bezig kunnen zijn met cliënten.”

Voorkomen is beter dan genezen

Een ander speerpunt van het Zorgakkoord is preventie, oftewel voorkomen dat mensen zorg nodig hebben. Bijvoorbeeld door cursussen waarbij je leert hoe je minder snel valt of hoe je je opvangt als je valt. Of door te stimuleren dat mensen op tijd in hun leven gaan nadenken over waar ze willen wonen om sociale contacten te blijven houden. Dat vinden alle drie een belangrijk punt. Marjolein Zwaan voegt er nog wat anders aan toe: “Nadenken en met elkaar spreken over hoe lang je wilt doorgaan met behandelen in de laatste fase van iemands leven is nu nog een groot taboe in de samenleving. Maar moet je wel altijd doorgaan met chemo’s waar je heel erg ziek van wordt of zeg je op een gegeven moment ‘het is mooi geweest, ik ben klaar om te sterven?’. Ik vind persoonlijk dat dit meer bespreekbaar gemaakt moet worden, zodat op tijd duidelijk is bij de arts en de familie wat de patiënt wil. Dat vind ik indirect ook een vorm van zorgpreventie.”

Hoe zit het met het geld voor de wijkzorg?

Een kwestie waarover de meningen enigszins verdeeld zijn in het land is de wijkzorg. Jolanda Buwalda: “Ik ben blij met de erkenning van het belang van de wijkzorg in het IZA.” Annette Fijn van Draat merkt op dat er desalniettemin wel bezuinigd wordt op de thuiszorg, ook al is in die sector tijdelijk wat minder uitgegeven. De V&N (Beroepsvereniging Verzorgenden en Verpleegkundigen) heeft er bezwaar tegen gemaakt en Annette Fijn van Draat staat daarachter.

Jolanda Buwalda (als bestuurder van Omring, die ook thuiszorg aanbiedt) legt uit: “Het ligt vrij genuanceerd. Ja, er wordt bezuinigd, maar toch ook weer niet. Het zit zo: de wijkzorgpot is al enige jaren niet volledig opgemaakt, onder andere door onvoldoende medewerkers. Het kabinet geeft daarom de komende vier jaar 533 miljoen in plaats van 600 miljoen – wat er eerst beschikbaar was voor de wijkverpleging. In 2023 is er al meteen 175 miljoen van die 533 miljoen beschikbaar. Daarmee mogen de zorgverzekeraars extra wijkzorg inkopen, dus er kunnen meer mensen geholpen worden. Het geldt voor het hele land uiteraard, niet alleen voor Westfriesland.”

Hopelijk geen wachtlijsten voor gespecialiseerde thuiszorg

“Ik ben blij met het geld voor extra wijkzorginkoop. Het voorkomt hopelijk wachtlijsten voor bepaalde zorg. Het betekent bijvoorbeeld dat er meer kankerpatiënten gebruik kunnen maken van gespecialiseerde thuiszorg, iets wat Omring sinds een aantal jaren aanbiedt. Zij krijgen onder andere begeleiding als ze zichzelf thuis hun chemo toedienen”, zegt Jolanda Buwalda.

Speciaal potje

Daarnaast is er een fonds van 75 miljoen om de wijkzorg toekomstbestendig te maken. Jolanda Buwalda: “Concreet: als er in de toekomst meer gedaan moet worden met minder mensen en minder geld, dan moet dat wel kunnen. En dat kan bijvoorbeeld door doelmatiger te werken en door mensen meer zelf te laten doen. Een voorbeeldje uit de praktijk: nu al leren we cliënten zelf hun steunkousen aan te doen met een handig hulpmiddel met klittenband, dat Omring heeft ontwikkeld. Dan hoeft de thuiszorgmedewerkster dat niet te doen en houdt zij tijd over voor dingen die harder nodig zijn. Die 75 miljoen gulden zie ik als een mooie stimulans om – in heel Nederland – nog meer van dit soort vernieuwingen te bedenken. Zodat we de zorg goed houden, maar de zorgmedewerkers minder belast worden.”

Meer digitale ondersteuning

Vanaf 2025 heeft iedereen in Nederland digitaal toegang tot hun eigen zorgdossier. Jolanda Buwalda: “Ook huisartsen en specialisten kunnen in dat zorgdossier, als u toestemming geeft. In onze regio bestaat het al. Het betekent dat huisartsen niet meer de medicijnlijst hoeven te faxen naar een zorginstelling. Ja, de fax, dat gebeurde tot voor kort nog. Een ander voorbeeld is de slimme diabetesmeter, die diabetespatiënten zelf kunnen aflezen en zo kunnen ze bepalen hoeveel insuline ze nodig hebben. Dat scheelt per week soms wel twintig bezoekjes van de thuiszorg!”

Zorg via de smartphone of iPad

Bovendien is het de bedoeling dat u vaker contact via beeldbellen of een app op uw telefoon heeft met ziekenhuis of uw huisarts. Zo’n app heeft het Dijklander sinds kort al: bij een botbreuk krijgt u voor de nazorg begeleiding via een app en hoeft u niet naar het ziekenhuis te komen. Annette Fijn van Draat: “E-health erbij betrekken is een belangrijk punt. Ook bewoners en cliënten moeten mee in de transformatie. Als WLGroep bieden we hier dan ook diensten voor aan.”

Kan iedereen dat wel?

De vraag is: gaat dit voor mensen die digitaal niet zo vaardig zijn, wel werken? Marjolein Zwaan herkent deze twijfel. “Bijvoorbeeld mensen die laaggeletterd zijn of geen geld voor een laptop of computer hebben, zul je zo uitsluiten.” Geldt dat ook voor ouderen? “Soms, leeftijd an sich hoeft geen bezwaar te zijn. Zo blijkt uit onderzoek dat een flink deel van de ouderen zich prima digitaal redt.”

Mantelzorgers krijgen het nog drukker

Tot slot, wat gaat u als Westfries nog meer merken van het Zorgakkoord? De rol van mantelzorgers moet nog groter worden, al blijkt onder andere uit een onderzoek van ZZWW van een paar jaar geleden dat zij nu soms al overbelast zijn. Volgens de drie experts is dit echter onvermijdelijk omdat het motto van het kabinet en de zorgaanbieders al jaren is dat mensen langer thuis moeten blijven wonen. Dat kan vaak alleen als er ook mantelzorgers klaar staan. En zelfs in woonzorgcomplexen zal er steeds vaker een beroep worden gedaan op mantelzorgers, bijvoorbeeld om hun ouders of partner te helpen met douchen.

De mening van ZZWW over het IZA

  • We moeten realistisch blijven over nog meer inzet van mantelzorgers. Het is geen wondermiddel.
  • Draagvlak bij inwoners voor noodzakelijke veranderingen is essentieel, ofwel een organisatie als ZZWW is meer dan ooit nodig (burgerparticipatie wordt overigens ook vaak genoemd in IZA-akkoord).
  • Twijfel voor ondertekening van akkoord bij huisartsen vindt ZZWW zeer begrijpelijk. Als je meer op je bord krijgt, moet daar ook een structurele en betere vergoeding tegenover staan.
  • Er wordt hoegenaamd niets gedaan aan financiële ontschotting. De politiek loopt daar voor weg.
  • E-health (digitalisering) is nodig, maar slaagt alleen als gebruikers daar vanaf het begin bij worden betrokken.
Terug naar de nieuwspagina

Meld u aan voor de nieuwsbrief